Wanneer sneeuw begint te smelten, lijkt het ergste vaak voorbij. Toch ontstaan veel daklekkages juist in deze fase. Niet tijdens de sneeuwval zelf, maar op het moment dat water vrijkomt, opnieuw bevriest en zijn weg zoekt langs plekken die daar niet op zijn ingericht. Dat maakt lekkages door sneeuw en dooi lastig te herkennen en nog lastiger te herleiden.
Dit verschijnsel staat niet op zichzelf. Het past binnen een breder patroon waarin weersinvloeden bestaande zwakke plekken in een dak blootleggen. Wie dat grotere verband wil begrijpen, kan dat teruglezen op de pagina Weersinvloeden en dakschade, waar verschillende vormen van weerbelasting samenkomen.
Tijdens dooi komt grote hoeveelheden smeltwater vrij. Dat water moet worden afgevoerd via goten, afvoeren en dakranden. Wanneer die afvoer niet volledig vrij is, blijft water staan. Vooral bij platte daken en licht hellende constructies kan dit water zich ophopen zonder direct zichtbaar te zijn.
Zodra de temperatuur ’s nachts weer daalt, bevriest het stilstaande water. Het zet uit en oefent druk uit op naden, aansluitingen en doorvoeren. Dit proces herhaalt zich soms meerdere keren binnen enkele dagen. Elke cyclus vergroot de kans dat water onder de dakbedekking terechtkomt.
Een veelvoorkomend misverstand is dat een lekkage altijd direct zichtbaar moet zijn. Bij sneeuw en dooi werkt dat anders. Water kan zich tijdelijk ophopen in de dakconstructie of isolatielaag zonder meteen door te slaan naar binnen. Pas wanneer de constructie verzadigd raakt of wanneer de temperatuur opnieuw stijgt, wordt de schade zichtbaar.
Dat verklaart waarom vochtplekken soms verschijnen op momenten dat het weer al is verbeterd. De oorzaak ligt dan dagen of zelfs weken eerder. Deze vertraging maakt het lastig om sneeuw en dooi als boosdoener te herkennen.
Bepaalde delen van het dak zijn gevoeliger voor lekkages door sneeuw en dooi. Dakdoorvoeren, lichtkoepels en aansluitingen met opgaand metselwerk zijn bekende risicopunten. Ook dakranden spelen een belangrijke rol, vooral wanneer zich daar ijs vormt dat de afwatering blokkeert.
Oudere dakbedekking vergroot dit risico, maar ook relatief nieuwe daken kunnen problemen krijgen als details niet goed zijn afgewerkt. Het gaat zelden om één grote zwakke plek, maar om een combinatie van kleine factoren die samen een lek veroorzaken. Juist die combinatie maakt dit type schade vaak lastig te voorspellen en lastig te herleiden.
In onze gids over vorst- en sneeuwschade aan daken gaan we dieper in op deze kwetsbare dakdetails en leggen we uit waarom aansluitingen vaker falen dan het dakvlak zelf.
IJs verergert lekkages niet alleen door blokkades, maar ook door mechanische spanning. Bevroren water zet uit en kan materialen uit elkaar drukken. Bij herhaald bevriezen en ontdooien verliezen sommige materialen hun elasticiteit, waardoor scheurtjes ontstaan.
Dit proces staat nauw in verband met ijsdammen, een specifiek winterprobleem waarbij water letterlijk wordt tegengehouden aan de dakrand. In de leesvolgorde van dit cluster is **ijsdammen op het dak daarom de volgende stap, omdat daar dit mechanisme verder wordt uitgediept.
Niet elke winter leidt tot dakproblemen. De combinatie van temperatuurwisselingen, sneeuwhoeveelheid en de staat van het dak bepaalt het risico. Een stabiele vorstperiode met weinig dooi kan minder schadelijk zijn dan wisselvallig winterweer met veel overgangen rond het vriespunt.
Ook onderhoud speelt een rol, al biedt dat geen garantie. Zelfs goed onderhouden daken kunnen verrast worden door extreme of langdurige omstandigheden. Het verschil zit vaak in de ernst van de schade en hoe snel deze zichtbaar wordt.
Subtiele signalen zoals een lichte verkleuring van het plafond, een muffe geur of tijdelijk vocht dat weer verdwijnt, worden vaak onderschat. Juist bij sneeuw en dooi zijn dit aanwijzingen dat water op plekken komt waar het niet hoort. Wachten tot de volgende winter kan betekenen dat het probleem zich verder heeft ontwikkeld.
Het herkennen van deze signalen vraagt om context. Zonder begrip van het winterse proces lijkt de schade willekeurig, terwijl er vaak een logisch patroon achter zit.
Ja, tijdelijk. Wanneer het water weer bevriest of volledig opdroogt, kan de lekkage verdwijnen. De onderliggende schade blijft echter bestaan.
Nee. Ook hellende daken kunnen last krijgen van lekkages door sneeuw en dooi, vooral bij dakranden, dakkapellen en doorvoeren.
In veel gevallen wel. Tijdens dooi komt water vrij dat kan binnendringen op plekken die tijdens sneeuwval droog blijven.
Dat verschilt. Soms binnen dagen, soms pas weken later, afhankelijk van temperatuur, constructie en materiaal.